Mag ik dan bij jou? [1]

Een aantal jaren geleden bracht Claudia de Breij het liedje ‘Mag ik dan bij jou’, uit. Het liedje mag zich verheugen in een ongekende populariteit. Het wordt bij huwelijken, begrafenissen en op tal van andere momenten gedraaid. Het gaat nog verder, want na ‘mag ik dan bij jou’ komt nog het woord ‘schuilen’. Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan. Dit lijkt op het eerste gezicht zo’n gewone vraag. Zo eentje waar je direct op antwoordt ‘Tuurlijk, geen probleem’ of ‘als er wat is weet je me te vinden’ of ‘je hoeft maar te bellen’. Ik noem dat voor het gemak maar pleisters plakken. De situaties die Claudia bezingt zijn voor een deel van een ander kaliber. Over dat andere kaliber gaat het in dit blog. Aan de hand van de woorden ‘dan’, ‘schuilen’ en ‘bij jou’ wil ik er graag wat dieper op ingaan. Wat zeg je als er een dringend appèl op je gedaan wordt. Daar gaat het in dit eerste van twee blogs. In deel twee wil ik het hebben over: wat als jij degene bent die deze vraag aan iemand stelt.

Dan

Dan zo schrijft Claudia is: als ik bang ben, als ik nergens anders kan, als de dood komt. Je zou dit nog kunnen aanvullen met: als ik eenzaam ben of in de rouw, als ik depressief of ernstig ziek ben, als ik het leven niet kan verdragen en mezelf al helemaal niet. ‘Dan’ duidt op situaties die heftig zijn en niet maar zo weer voorbij. Die om heel wat meer vragen dan een knuffel of een eenmalig luisterend oor. Het gaat om die momenten dat het nodig is verbinding te voelen met een ander of de Ander. Als je niet voor- of achteruit kunt.

Schuilen

Als ik aan schuilen denk komt het beeld van een herberg bij me op. Een plek (maar dit kan ook iemand zijn) om op verhaal te komen. Een plek waar je mag zijn met alles wat er is en zolang je maar wilt. Waar tijd en ruimte is voor een luisterend oor, keer op keer. Een plek waar je tot jezelf kunt komen en waar je je verbonden weet. Je bent niet alleen, maar wordt figuurlijk gedragen. Je hoeft het allemaal even niet meer te weten en er alleen maar te zijn.

Bij jou

En dan de hamvraag: mag dat dan bij jou? Mag die ander dan bij jou schuilen als het nergens anders kan. Wow, dat is nog eens een vraag. Of beter, een dringend appèl. Niet even pleisters plakken of een knuffel, maar er misschien wel langdurig voor iemand zijn. Iemand die in nood is, is vaak niet de meest gemakkelijke persoon om om je heen te hebben. Dat vraagt nogal wat. Als het werkelijk een vraag is kun je die ook met ‘nee’ beantwoorden. Bijvoorbeeld ‘ik’ zou het heel graag willen maar red dat zelf niet. Je wijst dan de ander niet af maar bent eerlijk in je mogelijkheden en onmogelijkheden. Toch gebeurt het vaak dat we de ander (uiteindelijk) in de kou laten staan. De prangende vraag, of, misschien zelfs de niet uitgesproken vraag niet werkelijk kunnen of willen horen. Gewoon omdat het zo confronterend is dat we het liefst weg willen lopen. Twee voorbeelden uit mijn eigen vriendenkring.

Een vriend van me verloor ruim 15jaar geleden onverwacht zijn vrouw. Hij bleef met twee kleine kinderen achter. Na een jaar verhuisde hij naar de plaats waar ook zijn familie woonde in de hoop op praktische en morele steun. In het begin was die er zeker, maar al vrij snel ging ‘men’ weer over tot de orde van de dag. Het erover spreken werd steeds moeilijker en mijn vriend die een trotse man is, vroeg al snel niet meer om hulp of aandacht.

Een andere vriend van mij verloor 6 geleden zijn zoontje op vijfjarige leeftijd. Hij heeft 5 jaar intensief voor hem gezorgd en het kleine mannetje heeft gedurende zijn korte leven vooral ziekenhuizen gezien, maar gelijkertijd ook veel liefde gebracht in het leven van degenen die om hem heen stonden! Na het overlijden van zijn zoontje viel deze vriend in een zwart gat. Daar stond hij dan vol van verdriet en zonder nog enig perspectief. Hij bemerkte in zijn omgeving dat het een bijna niet te benoemen onderwerp was. Het overlijden van een kind brengt de dood wel heel dichtbij en op een heel confronterende manier. Veel mensen konden dit niet aan en meden hem zelfs. Als koppige Fries trok hij al snel de conclusie dat hij het er beter niet over kon hebben.

Twee praktijkvoorbeelden die zeker niet op zichzelf staan. Het gevolg bij beide was dat ze wat verzuurden en enigszins bitter werden. Hun beeld van de medemens veranderde. Gelukkig is dat inmiddels bijgedraaid, maar toch. Wat een verdriet en eenzaamheid heeft het hen ‘gegeven’.

Zelf met de ziekte K. merk ik dat sommige mensen het ook lastig vinden om te komen en het er over te hebben. De dood jaagt ons angst aan. We willen ons het liefst verschuilen. Toch klopt ze op enig moment bij ieder op de deur en kan ze ook verbindend werken. Niet gemakkelijk maar toch!

Mag ik dan bij jou? Deze indringende vraag kan veel oproepen. Het is geen gewetensvraag overigens. Wel heeft hij als doel ons allemaal bewust te maken van de impact die bepaalde gebeurtenissen op iemands leven kunnen hebben, die langdurig of voor altijd extra aandacht vragen. Willen wij er dan bij zijn of wenden we ons af. Laatstgenoemde vriend voegde nog toe: iedereen kan op een bepaalde manier tot steun zijn, soms heel praktisch, soms meer als luisterend oor, ieder naar vermogen en dat is oké!!

Liefs Iboya

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *